Immateriële schade
In één zin: Immateriële schade is schade die niet in geld is uit te drukken: pijn, verdriet en gemist levensgeluk.
Ook genoemd: ideële schade, smartengeld, leed.
Je schade valt uiteen in twee soorten. Materiële schade is alles wat je in geld kunt uitrekenen: kosten die je maakt en inkomen dat je misloopt. Immateriële schade is de rest, en dat is vaak wat het zwaarst weegt.
Waar gaat het over?
- de pijn zelf, tijdens en na de behandeling;
- de angst en de schrik;
- wat je niet meer kunt: sporten, muziek maken, met je kinderen stoeien;
- littekens en wat die met je zelfbeeld doen;
- het verlies van zelfstandigheid.
De vergoeding daarvoor heet smartengeld. In het dagelijks spraakgebruik worden die twee woorden door elkaar gebruikt; strikt genomen is smartengeld de vergoeding en immateriële schade de schade zelf.
Waarom dit lastig te onderbouwen is
Voor materiële schade heb je bonnen. Voor immateriële schade heb je alleen jezelf.
Daar komt bij dat veel slachtoffers hun klachten kleiner maken dan ze zijn. “Het gaat wel” is een beleefde reflex, en die komt letterlijk in rapporten terecht.
Wat betekent dit voor jou
Je dossier moet laten zien wat er is veranderd, niet alleen wat er kapot is.
- Houd een klachtendagboek bij. Per dag kort: wat kon je wel, wat niet, hoe voelde je je.
- Schrijf op wat je hebt moeten laten. De sport die je opgaf, de vakantie die niet doorging, het uitje dat je afzegde.
- Maak foto’s van zichtbaar letsel, ook tijdens het herstel en van littekens.
- Laat naasten opschrijven wat zij merken. Zij zien dingen die jij zelf wegwuift.
- Wees eerlijk tegen elke arts en deskundige. Niet zwaarder, maar ook niet lichter dan het is.
Bronnen
Wet
Laatst gecontroleerd op door redactie letselschademanager.nl.